Angststoornis

Angst is normaal in situaties die gevaarlijk zijn. Maar voelt een kind zich overmatig angstig in situaties die niet bedreigend zijn, dan kan een angststoornis ontstaan. Angst maakt dat het lichaam paraat is om te vechten of te vluchten. Dit is heel vermoeiend en geeft een naar gevoel als dit voortdurend het geval is. Dit nare gevoel zorgt ervoor dat situaties waarin het kind deze angst heeft ervaren, vermeden worden. De angst voor deze situaties blijft zo in stand en kan belemmerend zijn.

 

Er zijn verschillende soorten angst.

  • Separatie angst: angst om gescheiden te worden
  • Selectief mutisme: wel goed kunnen praten, maar angst om te praten in sommige situaties
  • Gegeneraliseerde angststoornis: piekeren
  • Specifieke fobie: bijvoorbeeld angst om over te geven.
  • Sociale angst: angst voor een negatief oordeel van de ander
  • Paniekstoornis: uit het niets opeens heel angstig zijn.

 


Onderzoek

Het onderzoek bestaat uit:

  • Intakegesprek 
  • Vragenlijsten
  • Onderzoek naar de functie van het gedrag. 
  • Bij het vermoeden van samenhang met andere stoornissen, eventueel verder onderzoek. 

 

 Behandeling

Een cognitieve gedragstherapie of oplossingsgerichte therapie.


Bij cognitieve gedragstherapie wordt een protocollaire behandeling ingezet, afhankelijk van de angst die er is. 

Er wordt geoefend  binnen de behandeling en hierna wordt ditzelfde ook geoefend in de thuissituatie. 

 Het doel van de cognitieve gedragstherapie is dat het kind of de jongere hun angst de baas worden door anders te leren denken en door anders te handelen bij angst. Niet door de angstige situatie te vermijden, maar te wennen aan deze angstige situatie en erop te leren vertrouwen deze situatie aan te kunnen. 

 

Bij de oplossingsgerichte therapie wordt samen met het kind of jongere gekeken wat hij wil bereiken. Door vragen te stellen komt het kind toe om aan oplossingen te denken in plaats van in kringetjes te blijven denken. 

Er zijn altijd momenten dat het probleem minder is of geen probleem is. Door erover na te denken hoe het is zonder problemen en na te denken over de weg daarheen, maakt dat het probleem op te lossen is. Dat zet aan tot handelen. Het probleem zelf is minder relevant. Het gaat meer over de toekomst. 

Het doel van de oplossingsgerichte therapie is dat het kind of jongere zelf oplossingen gaan bedenken.


De behandeling wordt in overeenstemming met de ouders vastgelegd in een behandelplan.